48 werkvormen



Op deze pagina vind je werkvormen die regelmatig in de opdrachten worden gebruikt. download

1 Animatie
Maak een (stop motion) animatie over de inhoud van de tekst. Bedenk goed hoe gedetailleerd je de inhoud wilt laten zien. Beperk je evt. tot centrale begrippen of cruciale gebeurtenissen.

2 Beeldsamenvatting
Zoek circa 5 bijpassende foto´s op en leg daarmee de inhoud van de tekst uit.

3 Betoog

Schrijf een kort betoog over het onderwerp van de tekst. Bouw je betoog als volgt op: stelling - argumenten vóór - argumenten die je tegen jouw stelling en argumenten in kunt brengen - weerlegging daarvan - een krachtige slotzin.

4 Blog
Schrijf een persoonlijk bericht naar aanleiding van de tekst. Bedenk goed je tekstdoel (informeren, activeren etc.).

5 Cartoons
Maak één of meer cartoons over de inhoud van de tekst. Je kunt met de cartoons de inhoud presenteren, maar ook je mening over onderwerp en hoofdgedachte geven.




6 Collage
Verbeeld de kern van tekst in een collage. Maak het jezelf niet gemakkelijk met voor de hand liggende afbeeldingen en zorg dat de afbeeldingen een geheel vormen en voor een andere lezer herkenbaar de inhoud weergeven.

7 Dichten
Dicht naar aanleiding van de inhoud van de tekst. Je kunt met een gedicht de inhoud presenteren, maar ook je mening over onderwerp en hoofdgedachte geven.

8 Dwarsligger
Bedenk wat iemand die het geheel niet eens is met de inhoud van de tekst zal vinden. Schrijf namens hem/haar een reactie op de tekst.

9 Eén minuut paper
Lees de tekst en schrijf daarna gedurende één minuut alles op wat je weet. Geef met deze aantekeningen een korte uitleg aan een klasgenoot of de klas of vraag hem/haar feedback te geven op je tekst.

10 Fotoserie
Maak een aantal foto´s die bij de tekst passen. Beschrijf wat de foto´s van de inhoud weergeven.


11 Infographic
Maak een infographic die de inhoud van de tekst laat zien. Let goed op het samenspel van tekst (info) en beeld (graphic).

12 Informatiebordje 
Maak een bordje waarop je in enkele zinnen uitleg geeft over het object waar de tekst die je las over gaat.

13 Insta post
Je schrijft voor het medium waar de tekst is gepubliceerd een Instagrampost om lezers te interesseren de tekst te lezen. Schrijf de post en kies een bijpassende foto.

14 Interview
Schrijf of film een interview met een of meer personen die in de tekst worden genoemd of met het nieuws te maken hebben.

15 Interviewvragen
Bedenk interviewvragen waarmee je een of meer personen die in de tekst voorkomen om meer informatie zou kunnen vragen.



16 Koppen
Bedenk ongeveer vijf koppen bij het nieuws waarover je las.

17 Lied
Reageer in de vorm van een liedtekst op de inhoud van de tekst. Je kunt in de liedtekst de inhoud presenteren, maar ook je mening over onderwerp en hoofdgedachte geven.

18 Mindmap
Maak een mindmap over de inhoud van de tekst. Houd goed rekening met de kenmerken van een mindmap (tekst, beeld, kleuren, verbanden).

19 Mondelinge presentatie
Vertel de groep over de tekst. Combineer vertellen, voorlezen, naspelen, analyseren en becommentariëren van de tekst naar keuze.

20 Nieuwscamera
Een betrokkene of een ooggetuige heeft bij het nieuws waarover je las foto´s gemaakt. Beschrijf ongeveer vijf van zijn of haar foto´s.


21 Nieuwsitem
Maak een korte video waarin je het nieuws uitlegt waarover je las.

22 Ooggetuige
Schrijf (of film) een ooggetuigeverslag bij het nieuws waarover je las. Je kunt dit ook doen in de vorm van een monoloog of kort verhaal.

23 Playlist
Maak een playlist van ongeveer drie nummers die passen bij de inhoud van de tekst. Geef een korte mondelinge of schriftelijke toelichting bij je keuze.

24 Pleidooi 
Neem een standpunt in, in de discussie waarover de tekst gaat. Houd een pleidooi voor de klas waarin je je standpunt bepleit.

25 Pop up tentoonstelling
Maak een kleine, zo klaar te zetten / zo weer af te breken tentoonstelling over het onderwerp van de tekst. Of maak een gedetailleerd (digitaal) ontwerp. Maak gebruik van alle mogelijke expositievormen.



26 Quotes
Bespreek de kern van de tekst aan de hand van ongeveer vijf uitspraken of spreekwoorden en gezegden.

27 Rap
Schrijf een rap over het onderwerp van de tekst. Je kunt de inhoud navertellen, van commentaar voorzien of verbinden met andere actualiteit.

28 Schaduwverhaal
Schrijf een verhaal dat zich dichtbij het nieuws waarover je las afspeelt. Bijvoorbeeld in een naastgelegen huis. Bedenk een of meer personages en laat hem/haar (hen) reageren op het nieuws.

29 Schema 
Vat de tekst samen in een schema. Zorg dat de pijlen en andere tekens goed de verbanden aanduiden tussen de onderdelen. Bedenk goed welke werkwoorden centraal staan in de tekst en (dus) in jouw schema.

30 Schets 
Lees de tekst en maak daarna een snelle samenvatting in enkele snelle tekeningen. Geef met deze aantekeningen een korte uitleg aan een klasgenoot.


31 Seven words story
Vertel (een verhaal dat past bij) het nieuws waarover je las in de vorm van een 'seven words story'. Kom in zeven woorden tot een duidelijke plot.

32 Souffleren
Kies een probleem, een meningsverschil of een conflict uit het nieuws waarover je las. Geef een van de betrokkenen die in de tekst voorkomen goede raad. Schrijf een mail of brief of maak een videoboodschap. Kies evt. een andere vorm waarin je ´souffleert´.

33 Souvenir 
Vat de tekst samen door enkele souvenirs bij de plaats of de gebeurtenis in de tekst te bedenken. Motiveer je keuze voor deze souvenirs.

34 Stellingen
Vat de tekst samen in vijf stellingen. Licht elke stelling kort toe en verwijs bij elke stelling naar twee relevante alinea´s. Lever ze in bij de leraar. Een (willekeurige) keuze uit alle stellingen gebruiken we voor korte debatten over het onderwerp van de tekst.

35 Storyboard
Benoem de belangrijkste gebeurtenissen in de tekst in een storyboard van 10-15 schetsen.


36 Strip
Maak een korte strip naar aanleiding van het nieuws waarover je las.

37 Symbolenreeks
Vat de kern van het nieuws waarover je las samen in een aantal emoticons op je telefoon. Vraag een klasgenoot om met die emoticons het nieuws kort samen te vatten. Doe hetzelfde met de reeks emoticons van je klasgenoot.

38 Talkshow 
Vorm een duo en bereid een vraaggesprek voor over de tekst. De een speelt de rol van interviewer, de ander de rol van expert.

39 Tegenverhaal
Schrijf een kort verhaal waarin loop der gebeurtenissen anders is dan in de tekst die je las.

40 Tijdbalk Vat de chronologische informatie in de tekst samen in een tijdbalk.


41 Tekening
Teken de kern van de tekst. Dat kun je doen in één of meerdere tekeningen.

42 Toets Maak een toets van 10 á 15 vragen over de tekst. Zorg dat je vraagt naar alle aspecten die de tekst behandelt.

43 Tweet
Vat de tekst samen in enkele tweets.

44 Veelgestelde vragen
Vat de informatie in de tekst samen in een aantal Veelgestelde vragen (FAQ´s).

45 Verslaggever
Treed op als verslaggever. Bespreek het onderwerp (evt. als ooggetuige) kort voor de klas.


46 Vervolg
Schrijf een kort verhaal waarin jij bepaalt hoe het verder gaat met het nieuws waarover je las.

47 Vlog Vat de tekst samen in een vlog van enkele minuten. Of film een persoonlijke reactie naar aanleiding van de tekst. Bedenk goed je doel (informeren, activeren etc.).

48 Voorwerpen
Noteer ongeveer vijf voorwerpen die het nieuws waarover je las goed samenvatten. Vraag een klasgenoot de kern van de tekst met deze voorwerpen samen te vatten.