Doorgaan naar hoofdcontent

Een dinosaurus die De Groot heet

Een nieuwe dinosaurus die mogelijk een gat in onze kennis gaat dichten, is bijzonder. Maar dat hij door vinders met Nederlandse roots een Nederlandse naam kreeg, maakt hem nog meer bijzonder. Lees meer over de Degrootorum in het artikel Dino-voorouder van de tyrannosaurus rex ontdekt in Canada.

Woordenschat
▢ het potjeslatijn
▢ de tyrannosaurus
▢ het hiaat

Leerdoel
▢ Ik kan de nieuwe kennis die deze dinosaurus geeft kort toelichten

Opdracht

A Verslaggever
Lees minimaal drie bronnen die verslag doen over de vondst van de Degrootorum. Doe op basis van die informatie ''live verslag' van de vondst van deze dinosaurus. Doe dat op papier, in een spannende reportage, of door een geluidsopname te maken. Maak vóór je een geluidsopname maakt korte aantekeningen (zinnen of steekwoorden). Laat je buurman of buurvrouw de reportage beoordelen op nieuwswaarde (informatie over de Degrootorum), duidelijkheid (concrete, volledige informatie) en aantrekkelijkheid (boeiend vertellen).

B Overtuig
Lees minimaal drie bronnen die verslag doen over de vondst van de Degrootorum. Baseer je op die informatie bij de volgende opdracht. "Stel, je werkt in een museum en je wilt het museum overhalen de Degrootorum aan te kopen. De prijs is een astronomisch bedrag. Je moet dus wel met heel goede argumenten komen om iedereen over te halen. Schrijf een betoog (of film het) waarin je beargumenteert waarom deze dinosaurus moet worden aangekocht."

C Toets maken
Lees minimaal drie bronnen die verslag doen over de vondst van de Degrootorum. Maak een toets over wat deze drie bronnen vertellen over deze dinosaurus. Noteer de atwoorden op een apart blad. Laat je buurman of buurvrouw de toets maken en kijk hem na.

Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...