Doorgaan naar hoofdcontent

Suikerfeest


De Ramadan is voorbij. Tijd voor Suikerfeest. In de onderstaande bronnen maak je kennis met Suikerfeest in Nederland. Hoe vieren moslims het einde van het vasten? En hoe denken we over Suikerfeest als Nederlandse feestdag?

Leerdoel
▢ Ik kan de betekenis en belangrijke gebruiken van ramadan en Suikerfeest bespreken.

Opdrachten

A Quiz
Lees de teksten Moslims vieren einde Ramadan en Wanneer en hoe vier je Suikerfeest? Maak daarna de opdracht. Maak een quiz (digitaal of papier) waarin je vragen stelt over de belangrijkste kenmerken van vasten en Suikerfeest.

B Infographic
Video 1. Hoe beleven moslims in Nederland het Suikerfeest?
Maak een infographic over het onderwerp Suikerfeest en de beleving van het feest in Nederland. Houd de gebruikelijke opbouw van een infographic aan. Of zoek in overleg met je leraar een geschikt voorbeeld.

C Betoog
Video 2. Moet Suikerfeest een nationale vrije dag worden?
1. Schrijf een kort betoog over feestdagen in Nederland. Bespreek ze kort en betoog waarom jij vindt dat we die kalender wel of niet zouden moeten veranderen. Houd de vaste opbouw van een betoog aan. Of zoek in overleg met je leraar een geschikt schema. Je spreekt met je leraar het aantal alinea's / woorden voor het betoog af.
2. Bereid een debat voor over de vraag of we een nieuw feest moeten toevoegen aan de nationale vrije dagen (ten koste van een ander feest). Bedenk een stelling en bereid je voor op de rol van gespreksleider. Zorg dat je een goed overzicht hebt van argumenten voor- en tegen jouw stelling.
3. Combinatie: Schrijf een betoog als voorbereiding op een door leerlingen/de leraar voorbereid en geleid debat.








Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...