Doorgaan naar hoofdcontent

Op z'n 17e-eeuws gezegd


Door over allerlei klanken te schrijven, hebben Nederlanders in de 17e eeuw voor ons bewaard hoe onze taal toen klonk. Historische taalwetenschappers kunnen zo een aardig mondje 17e-eeuws spreken.

Bron
RTL Nieuws
Zo klonk het Nederlands in de 17e eeuw: 'Ook Hollanders hadden zachte G'

Woordenschat
historische taalwetenschap - ABN - het reisjournaal - de kolonie - late middeleeuwen

Leerdoel
Ik kan belangrijke kenmerken van het 17e-eeuwse Nederlands noemen

Opdracht 1 - Infographic
Maak een infographic die de inhoud van de tekst/video laat zien. Bekijk eerst online een aantal voorbeelden. Let goed op het samenspel van tekst (info) en beeld (graphic). Concentreer je op wat over de ontwikkeling van onze taal wordt verteld, niet op bepaalde klanken waarover wordt verteld.

Opdracht 2 - Eén minuut paper
Je schrijft na het lezen van de tekst en het zien van de video gedurende één minuut alles op wat je weet. Concentreer je op wat over de ontwikkeling van onze taal wordt verteld, niet op bepaalde klanken waarover wordt verteld. Geef met deze aantekeningen een korte uitleg aan een klasgenoot of de klas of vraag feedback te geven bij je uitleg.

Opdracht 3 - Kahoot
Bedenk een toets van tien tot vijftien vragen over de tekst en de video. Zorg dat je vraagt naar alle aspecten die de tekst en de video behandelen. Concentreer je op wat over de ontwikkeling van onze taal wordt verteld, niet op bepaalde klanken waarover wordt verteld.

Nog verder terug? Hoe klonk Nederlands in de Middeleeuwen en welke windstreken spraken het?

Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...