Doorgaan naar hoofdcontent

Komende MNMweek | 29 januari t/m 2 februari 2024


maandag 29 januari 
Egypte: er wordt gebouwd aan een nieuwe hoofdstad

Egypte bouwt aan een indrukwekkende nieuwe hoofdstad midden in de woestijn, vol gigantische wolkenkrabbers en modern stadsontwerp. Terwijl de Egyptiscvhe president en de regering deze megastad als een teken van grootsheid ziet, uiten critici zorgen over de impact op de bevolking en benadrukken zij de mogelijke bevoordeling van een kleine groep mensen. 


Leerdoel
Je kunt redenen voor de bouw van de nieuwe hoofdstad benoemen en kunt uitleggen wat de belangrijke gevolgen van de ontwikkeling van deze stad zijn. 

dinsdag 30 januari | Een streep door de Nootmuskaatstraat

De verandering van straatnamen in steden kan veel zeggen over hoe we naar geschiedenis kijken. In de nieuwe woonwijk Marktkwartier in Amsterdam is er ophef ontstaan over het vervangen van de naam 'Nootmuskaatstraat'. Dit roept vragen op over hoe straatnamen onze kijk op het verleden weerspiegelen en hoe deze opvattingen veranderen in een veranderende samenleving.

Lees de volgende tekst en de tekst waarnaar (met een link in de tekst) wordt verwezen. 

Het Parool | Nootmuskaatstraat wordt toch Mierikswortelstraat: ‘Er is een associatie met een massaslachting in het verleden’

Leerdoel
Je kunt de argumenten voor en tegen het gebruik van de straatnaam toelichten en hierbij de historische achtergrond benoemen. 

woensdag 31 januari | ICT kende langzamerhand steeds minder vrouwen
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog speelden vrouwen een cruciale rol bij de ontwikkeling van de eerste Nederlandse computer. Hun aanwezigheid is echter sterk teruggelopen. Het roept de vraag op waarom vrouwen uit dit vak zijn 'verdwenen' en hoe de balans kan worden hersteld. De schrijvers van dit artikel onderzochten de historische en maatschappelijke oorzaken achter deze verandering en bespreken mogelijke oplossingen voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging.


Leerdoel 
Je kunt historische en maatschappelijke oorzaken noemen die hebben bijgedragen aan de verschuiving in genderverdeling bin  nen het ICT-vak.

donderdag 1 februari  | Watersnoodramp

Op 1 februari 1953 overstroomde Zeeland grotendeels en de aangrenzende delen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. 1836 mensen kwamen om het leven (bron: Zeeuwsarchief.nl). Enorme aantallen mensen werden dakloos. De schade was gigantisch en met een nieuwe zeewering werd gezorgd dat het water buiten bewoond gebied bleef. In de tekst lees je over de kans dat ons land nog eens voor een deel overstroomt.


Leerdoel
Je kunt verwachtingen en gevaren van stijgend zeewater in Nederland toelichten en benoemen hoe we ons land beschermen tegen overstromingen. 

vrijdag 2 februari  | Defensiespecialisten zeggen: "Wees voorbereid"

Vanuit defensie klinkt de oproep om bedacht te zijn op onverwachte situaties. Europese landen moeten hun inwoners voorbereiden op noodsituaties, vooral gericht op oorlog. Het is belangrijk dat burgers zich bewust zijn van mogelijke gevaren en weten wat te doen met desinformatie en (GPS-)storingen. 

AD Hoe andere Europese landen burgers al adviseren over oorlog: ‘Voorbereiden op onvoorspelbaar tijdperk’ | Deze verhalen mag je niet missen | AD.nl

Leerdoel
Je kunt uitleggen hoe Europese landen hun inwoners helpen voor te bereiden op mogelijke noodsituaties en ervoor zorgen dat mensen weten wat te doen als er gevaar dreigt. 


Populaire posts van deze blog

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Boem en het is uit met vuurwerk

Elk jaar leidt consumentenvuurwerk tot veel discussie vanwege de schade, verwondingen en overlast die het veroorzaakt. Nu er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een landelijk vuurwerkverbod is, lijken de regels te gaan veranderen. Voorstanders benadrukken de veiligheid en duidelijkheid die een verbod biedt, terwijl tegenstanders vrezen voor illegale handel en het verlies van een geliefde traditie. Kies een artikel over de redenen voor een vuurwerkverbod. Leerdoel   Je kunt argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod bespreken. Woordenschat handhaven, roependen in de woestijn, federatie, portefeuillehouder, maatschappelijke prijs, democratie, vrijheid van meningsuiting. Opdracht 1. Vat de argumenten voor en tegen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welke argumenten er mogelijk nog meer zijn.  3. Schrijf kort je eigen standpunt op. Beargumenteer met goede argumenten voor je standpunt en en ga in op de argumentatie van andere standpunten.