Leven in het tijdperk Rommel


Kringloopwinkels laten ons zien hoe we met spullen omgaan. Ze vertellen het verhaal van hoe we onze spullen zien, van vroeger tot nu. In een wereld waar we veel kopen en snel leven, zijn kringloopwinkels interessant. Ze laten zien hoe we spullen gebruiken, wat we belangrijk vinden, en hoe dat verandert. Kijkend naar kringloopwinkels zien we hoe onze koopgewoonten, smaak en wat we waardevol vinden, veranderen. Het gaat niet alleen om de spullen zelf, maar ook om hoe we ermee omgaan en wat dat zegt over onze samenleving.


Leerdoel
Je kunt uitleggen waardoor onze  consumptiecultuur verandert en je eigen relatie met spullen en consumptiegedrag benoemen.

Woordenschat
paradox, vergulde, perceptie, kallaxkast, globalisering, bestaanszekerheid, illusie, omloopsnelheid, fundamentele, kameraad, repair café, ambitie

Vragen
1. Wat is de essentie van onze relatie met spullen volgens de tekst?
2. Hoe wordt de verandering in perceptie van spullen beschreven in kringloopwinkels?
3. Wat waren de oorspronkelijke doelen van kringloopwinkels en hoe zijn ze geëvolueerd?
4. Hoe heeft de consumptiecultuur zich ontwikkeld volgens de tekst?
5. Welke rol speelden massaproductie en globalisering in deze ontwikkeling?
6. Wie was Ruud Schmidt en wat was zijn bijdrage aan de kringloopwinkelbeweging in Nederland?
7. Wat zijn enkele trends die Schmidt heeft waargenomen in de kringloopwinkels?
8. Hoe reflecteert het aanbod van spullen in kringloopwinkels de veranderingen in de samenleving?
9. Hoe worden spullen gezien als een tijdmachine volgens de tekst?
10. Wat zijn enkele overwegingen over de waarde en betekenis van spullen in de huidige samenleving volgens de tekst?

Opdrachten

1. One minute paper - Schrijf gedurende één minuut op wat je hebt onthouden van de bron. Vergelijk daarna jouw paper met dat van een of meer anderen.


2. Beeldspraak - Vat de tekst samen in vijf spreekwoorden of gezegden die de inhoud goed samenvatten. Test je keuze door de spreekwoorden aan een ander voor te leggen.

3. Reactie - Vat de bron samen door een reactie te schrijven. Geef in je reactie kort weer wat de bron over het onderwerp vertelt.

4. Venndiagram - Vat een bron samen door een tegenstelling die erin wordt genoemd te onderzoeken. Teken daarvoor drie cirkels die over elkaar heen vallen. In de buitenste twee schrijf je kenmerken van de twee tegengestelden op. In de middelste cirkel verzamel je overeenkomsten tussen de twee.

5. Waar of niet waar - Noteer 10-20 uitspraken over de inhoud van de bron waarvan een deel niet waar is. Wissel de uitspraken uit met een klasgenoot en bepaal wat waar is en wat niet waar is.