Doorgaan naar hoofdcontent

Die meisje - het is niet goed maar je hoort het wel steeds meer


Taalverandering is een constant en onvermijdelijk proces dat door de eeuwen heen plaatsvindt. Historische ontwikkelingen, zoals het verdwijnen van naamvallen in het Nederlands en invloeden van andere talen, laten zien hoe dynamisch taal is. In deze podcast vertelt een taalwetenschapper hoe het Nederlands zich heeft ontwikkeld door taalcontact en migratie. 

De Volkskrant | Waarom steeds meer mensen 'die meisje' zeggen (podcast)

Leerdoel 
Je kunt voorbeelden geven van factoren die leiden tot taalverandering. 

Woordenschat 
naamvallen, tweetaligheid, taalcontact, taalwetenschapper, betrekkelijk voornaamwoord, tussen-n

Vragen 

1. Wat bedoelt de briefschrijver met 'slijten van talen'?

2. Wat is Indo-Europees en hoe ontstond daaruit het Nederlands?

3. Wat is een versteende vorm? 

4. Wat valt je op aan de Nederlandse tekst uit de 8e eeuw? 

5. Waardoor veranderen talen door de tijd heen? 

6. Welk verband legt de taalwetenschapper tussen de ontwikkeling van het Nederlands, Duits en Engels en migratie? 

7. Wat is volgens de taalwetenschapper een verloren strijd? 

8. Hoe kijkt de taalwetenschapper naar taalverandering en spelfouten? 

9. Wat kan volgens haar gerust verdwijnen uit de Nederlandse taal en waarom? 

10. Wat kan wel voor problemen zorgen als we de Nederlandse taal te veel vereenvoudigen? 

Opdrachten 

1. Taalverandering in je eigen leven
Schrijf een kort essay over hoe je denkt dat je eigen manier van spreken en schrijven is veranderd in de loop der jaren. Denk aan veranderingen in woordenschat, spelling of grammatica.

2. Versteende vormen
Zoek drie voorbeelden van versteende vormen in het Nederlands, zoals "mijns inziens". Leg uit waarom deze vormen bewaard zijn gebleven en hoe ze verschillen van de rest van de taal.

3. De toekomst van taal
Denk na over hoe je denkt dat de Nederlandse taal in de toekomst zal veranderen. Schrijf een korte voorspelling over mogelijke veranderingen in grammatica, spelling of woordenschat en onderbouw je ideeën met voorbeelden.


Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...