Drones domineren oorlog in Oekraïne


Oekraïne voert steeds vaker droneaanvallen uit op Russisch grondgebied, diepe in het Russische territorium, en richt zich daarbij voornamelijk op raffinaderijen en opslagdepots. De inzet van drones verandert de oorlogsvoering in sterke mate.  

Video: Nieuwsuur | Hoe drones de oorlog in Oekraïne veranderen

Leerdoel
Je kunt uitleggen welke impact de droneaanvallen hebben in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Woordenschat
raffinaderijen, logistieke, destabiliseren, uitgevaardigd, strategische, veerkrachtig

Vragen 
1. Wat zijn de recente ontwikkelingen in het conflict tussen Oekraïne en Rusland?
2. Welke doelen worden door Oekraïne aangevallen tijdens haar droneaanvallen op Russisch grondgebied?
3. Hoeveel droneaanvallen heeft Oekraïne uitgevoerd op Russisch grondgebied in 2022, vorig jaar en in de eerste maanden van dit jaar?
4. Wat zijn de mogelijke doelstellingen van deze droneaanvallen volgens deskundigen?
5. Hoe reageert Rusland op de droneaanvallen van Oekraïne?
6. Wat is de reactie van experts op de impact van de droneaanvallen op de Russische oliesector?
7. Hoe zien deskundigen de effectiviteit van de droneaanvallen in Rusland?
8. Wat zijn de aantallen en capaciteiten van drones die door Oekraïne worden geproduceerd?
9. Wat zijn de gevolgen van de droneaanvallen voor de Russische oorlogsfinanciering?
10. Hoe beïnvloeden deze droneaanvallen het bredere geopolitieke landschap en de betrokkenheid van Europese landen bij het conflict?

Opdrachten

1. Aanvulzinnen - Vat de bron samen door tien zinnen te bedenken die incompleet zijn. De zinnen missen een of meer woorden of missen een begin of een einde. De tien zinnen moeten samen goed de inhoud van de bron samenvatten. Maak een antwoordenblad bij de tien zinnen. Wissel daarna uit met een klasgenoot en vul de zinnen van elkaar goed aan.

2. Dobbelen - Bespreek de bron en oefen met de 5w1h-vragen door met een (online) dobbelsteen te gooien. De getallen van de dobbelsteen staan voor: 1 = wie, 2 = wat, 3 = waar, 4 = wanneer, 5 = waarom en 6 = hoe. Stel (een ander) een vraag en geef (elkaar) antwoord. 

3. Hiaten - Bespreek de aspecten van het onderwerp waar de bron niet of niet voldoende antwoord geeft.

4. Mindmap - Vat de bron samen door de inhoud te tekenen en te beschrijven. 

5. Stellingen - Vat een bron samen door een paar stellingen te bedenken.