Doorgaan naar hoofdcontent

Geen bremain, maar brexit

Woordenschat:
referendum (alinea 2, 4, 6 en 10)
campagne (alinea 2 en 4)
klassen (alinea 12)
visumvrij (alinea 13)
boegbeeld (alinea 17)

Lees het artikel Brexit verdeelt Britse rijk tot op het bot

BK
1. Wat bedoelt de tekst met anti-Brussel-sentiment (alinea 1)?

2. Wat bedoelt de tekst met anti-VK-sentiment (alinea 5 en 7)?

3. Hoe omschrijft alinea ... het begrip bremain (alinea 4)?

4. Het referendum verdeelt ook godsdienst. Licht toe (alinea 10).

5. Welke motivatie tegen de EU speelt vooral bij ouderen (alinea 16)?

GT
1. Waarom zijn Schotland en Noord-Ierland pro-EU (alinea 5 en 8)?
a ...
b ...
c ...

2. Door welke woord kun je het woord ¨munitie¨ (alinea 6) het beste vervangen?

3. De Brexit had meteen gevolgen op de beurzen van Europa (alinea 14). Welke gevolgen?
a. ...
b. ...

4. Waarom zijn boeren en andere kleine bedrijven naar hun zeggen gebaat bij een brexit (alinea 15)?

5. Welk opvallend voorbeeld van de verdeeldheid binnen partijen geeft de tekst (alinea 17)?

HV
1. Hoe verklaart de tekst het stemgedrag van de lagere sociale klassen (alinea 12)?
a. ....
b. ....

2. Hoe verklaart de tekst het stemgedrag van de hogere sociale klassen (alinea 13)?
a. ....
b. ....

3. Waarom zijn grote bedrijven pro EU (alinea 14)?
a. ...
b. ...

4. Beschrijf met twee verschillende woorden het meningsverschil van jonge en oude Engelsen ten aanzien van de EU (alinea 16)?
Jongeren: het woord ...
Ouderen: het woord ...

5. Wat bedoelt de tekst met ¨een breuk binnen het Verenigd Koninkrijk¨ (alinea 19)?
1. ....
2. ....

Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...