Doorgaan naar hoofdcontent

Maak kennis met Krijn



Onlangs presenteerde het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden een reconstructie van de oudste oer-Nederlander. Hij kreeg de naam Krijn. Verschillende dagbladen en nieuwswebsites beschreven hoe deskundigen Krijn een gezicht gaven.

Bron
Trouw Zo ziet de oudste inwoner van Nederland ooit er uit
De Telegraaf Zien: Neanderthaler Krijn heeft weer een gezicht

Woordenschat 
neanderthaler - paleontoloog - reconstructie - prehistorie

Leerdoel 
Ik kan toelichten hoe de paleontologen de reconstructie maakten.

Opdracht 1 - Vragen
1. Welke resten van Krijn werden gevonden?
2. Wat is bijzonder aan de vindplaats van het materiaal?
3. Wat vertellen de resten over Krijn?
4. Hoe hebben paleontologen het materiaal onderzocht?
5. Wat waren belangrijke stappen om tot de reconstructie te komen?

Opdracht 2 - Informatiebordje
Krijn staat in een vitrine. Er ontbreekt nog een informatiebordje. Maak met behulp van de bovenstaande bronnen een tekst van 10-15 zinnen waarin je de belangrijke zaken over Krijn vertelt. Besteed ook enkele zinnen aan het maken van de reconstructie.

Opdracht 3 - Vergelijk de teksten
Vergelijk de vier teksten met elkaar aan de hand van onderstaande vragen.
a. Wat vertellen de vier bronnen over het belang van dit nieuws?
b. Wat doen de schrijvers om de tekst interessant te maken voor het publiek?
c. Welke informatie kom je slechts in één van de bronnen tegen?





Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Boem en het is uit met vuurwerk

Elk jaar leidt consumentenvuurwerk tot veel discussie vanwege de schade, verwondingen en overlast die het veroorzaakt. Nu er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een landelijk vuurwerkverbod is, lijken de regels te gaan veranderen. Voorstanders benadrukken de veiligheid en duidelijkheid die een verbod biedt, terwijl tegenstanders vrezen voor illegale handel en het verlies van een geliefde traditie. Kies een artikel over de redenen voor een vuurwerkverbod. Leerdoel   Je kunt argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod bespreken. Woordenschat handhaven, roependen in de woestijn, federatie, portefeuillehouder, maatschappelijke prijs, democratie, vrijheid van meningsuiting. Opdracht 1. Vat de argumenten voor en tegen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welke argumenten er mogelijk nog meer zijn.  3. Schrijf kort je eigen standpunt op. Beargumenteer met goede argumenten voor je standpunt en en ga in op de argumentatie van andere standpunten.