Sint Valentinus


Op 14 februari staat de liefde centraal. Een heiligendag die inmiddels heel commercieel is geworden. Iedere winkel zorgt dat de weken vóór Valentijnsdag de toepasselijke cadeautjes in het oog springen. Valentijnsdag betekent een flinke omzet aan met name kaarten, ballonnen, snoep, bonbons en bloemen. Maar wie is de naamgever van het feest?

Bron
Isgeschiedenis Oorsprong van Valentijnsdag

Woordenschat
zie opdracht

Leerdoel
Ik kan de oorsprong van Valentijnsdag toelichten.

Opdracht 1 - Mindmap
Lees de teksten en noteer de kernbegrippen van beide teksten. Leg het ontstaan van deze bijzondere dag uit in een mindmap.

Opdracht 2 - Dobbelvragen
Maak een groep van 3 á 4 leerlingen. Bespreek de teksten als groep door elkaar 5w1h-vragen te stellen. Gooi om beurten (online) met een dobbelsteen. De nummers van de dobbelsteen betekenen: 1 = wie, 2 = wat, 3 = waar, 4 = wanneer, 5 = waarom en 6 = hoe. Bedenk na je gooi een vraag en wijs iemand aan die de vraag moet beantwoorden. 

Opdracht 3 - Toets
Maak een groep van 3 á 4 leerlingen. Vat als groep de teksten samen door een toets met tien meerkeuzevragen (A, B en C) te bedenken. Wissel de toets uit met een andere groep. Maak de toets en kijk daarna de door jullie bedachte toets na.