Doorgaan naar hoofdcontent

1 april: hebben we dan niet iets serieuzers te vieren?


Op 1 april mogen er grappen worden gemaakt en verwijst soms nog iemand naar Alva. Maar wie dat precies was en wat de geschiedenis van de eerste april is, weten weinig mensen. Het zou volgens sommigen veel logischer zijn om op 1 april de wording van Nederland te vieren. Waarom wordt in onderstaand artikel uitgelegd.

Bron 
AD Op 1 april werd in Brielle de kiem gelegd voor een onafhankelijk Nederland, waarom vieren we dat niet?

Woordenschat
kiem - prijkt - glansrol - verwierf - polarisatie - sentiment - bevoegde gezag - relatief - gemoederen - uitvalsbasis - natie - nationalistische - heroïsche - hardnekkig - chauvinisme - afzweren - machtsvacuüm

Leerdoel
Ik kan de historische betekenis van 1 april toelichten.

Opdracht 1 - Mindmap
Vat de tekst samen in de vorm van een mindmap. Gebruik minimaal driekwart van de woordenschat in deze samenvatting.

Opdracht 2 - 5w1h-vragen

Vat de tekst samen in vragen naar wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Je mag maximaal tien vragen gebruiken. Zorg dat je hiermee alle belangrijke aspecten in de tekst aan bod laat komen.

Opdracht 3 - Experts
Vorm een viertal. Lees allemaal afzonderlijk de tekst en vertel hen daarna in vieren. Iedereen leest zijn of haar kwart van de tekst als een expert heel nauwkeurig na en vat dat tekstgedeelte in maximaal vijf regels samen. Jullie delen daarna jullie samenvattingen met elkaar en stellen samen een samenvatting op van maximaal 20 regels. Zorg dat de vier kwarten goed tot één geheel worden gemaakt.




Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Boem en het is uit met vuurwerk

Elk jaar leidt consumentenvuurwerk tot veel discussie vanwege de schade, verwondingen en overlast die het veroorzaakt. Nu er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een landelijk vuurwerkverbod is, lijken de regels te gaan veranderen. Voorstanders benadrukken de veiligheid en duidelijkheid die een verbod biedt, terwijl tegenstanders vrezen voor illegale handel en het verlies van een geliefde traditie. Kies een artikel over de redenen voor een vuurwerkverbod. Leerdoel   Je kunt argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod bespreken. Woordenschat handhaven, roependen in de woestijn, federatie, portefeuillehouder, maatschappelijke prijs, democratie, vrijheid van meningsuiting. Opdracht 1. Vat de argumenten voor en tegen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welke argumenten er mogelijk nog meer zijn.  3. Schrijf kort je eigen standpunt op. Beargumenteer met goede argumenten voor je standpunt en en ga in op de argumentatie van andere standpunten.