Doorgaan naar hoofdcontent

Ramadan Mubarak

De ramadan wordt in Nederland steeds zichtbaarder, vooral in winkelstraten en supermarkten. Het is duidelijk dat bedrijven hierop inspelen. Het roept zowel positieve als kritische reacties op.

Leerdoel
Je kunt uitleggen hoe en waarom de ramadan steeds zichtbaarder wordt in het Nederlandse straatbeeld en welke maatschappelijke en commerciële discussies dit oproept.


Woordenschat
lucratieve, turven, attributen, suhoor, iftar, vrome, praktiserende, boekstaaft, peiljaar, paradox, onthouding, bezinning, matigheid, riant, middenklasse, middenstand, nuanceert, motief, stereotiepe, gemeengoed, polemiek, seculier, brieste, seculiere, onbekommerd, assortiment

Vragen over de tekst
1. Waarom hangt er voor het eerst ramadanverlichting in de Utrechtse Kanaalstraat?
2. Op welke manieren spelen winkels en grote ketens in op de ramadan?
3. Wat wordt bedoeld met de term ramadanparadox?
4. Hoe is het aantal winkels dat meedoet aan de ramadan de afgelopen jaren veranderd?
5. Welke redenen geven winkels om aandacht te besteden aan de ramadan?
6. Waarom is adverteren rond de ramadan volgens onderzoekers een gevoelig onderwerp voor bedrijven?
7. Hoe reageren sommige mensen en politieke partijen op ramadanverlichting en -reclame?
8. Wat wordt bedoeld met de vergelijking tussen ramadan en een ‘cultureel-kapitalistische kerst’?
9. Welke rol speelt modest fashion in het inspelen op de ramadan?
10. Wat laat de discussie rond de ramadan zien over diversiteit en religie in de Nederlandse samenleving?

Oefening 1: Belangen analyseren

Leerdoel
Je kunt verschillende belangen in een maatschappelijk vraagstuk herkennen en uitleggen hoe deze met elkaar botsen of samenhangen.

Oefening
Welke verschillende belangen spelen een rol in dit artikel (bijvoorbeeld winkels, moslims, tegenstanders, politici, onderzoekers)? Leg per groep uit wat zij te winnen of te verliezen hebben.

Oefening 2: Feit of mening

Leerdoel
Je kunt onderscheid maken tussen feiten en meningen en onderbouwen waarom een uitspraak tot één van beide behoort.

Oefening
Zoek vijf uitspraken uit de tekst. Geef aan of het een feit of een mening is. Leg uit waarom je dat vindt.

Oefening 3: Taalgebruik onder de loep

Leerdoel
Je kunt analyseren hoe woordkeuze en taalgebruik de mening van de lezer kunnen beïnvloeden.

Oefening
De auteur gebruikt woorden als ‘lucratief’, ‘ramadanparadox’ en ‘rechtse shitstorm’. Wat voor effect hebben deze woorden op jou als lezer? Denk je dat ze neutraal zijn? Waarom wel of niet?

Oefening 4: Oorzaak en gevolg

Leerdoel
Je kunt oorzaken en gevolgen in een tekst herkennen en logisch met elkaar verbinden.

Oefening
Welke oorzaken noemt de tekst voor de groeiende aandacht voor de ramadan? Welke mogelijke gevolgen worden genoemd of kun je zelf bedenken (maatschappelijk, economisch, politiek)?

Oefening 5: Vergelijking beoordelen

Leerdoel
Je kunt een vergelijking kritisch beoordelen door argumenten voor en tegen af te wegen.

Oefening
De ramadan wordt vergeleken met een ‘cultureel-kapitalistische kerst’. Vind je deze vergelijking terecht? Noem één argument vóór en één argument tegen deze vergelijking.

Oefening 6: Wat ontbreekt?

Leerdoel
Je kunt kritisch reflecteren op een tekst door te benoemen welke perspectieven of informatie ontbreken.

Oefening
Welke stemmen of perspectieven komen volgens jou te weinig aan bod in de tekst? Welke extra informatie zou je nodig hebben om een beter oordeel te vormen?

afbeelding: Freepik


Populaire posts van deze blog

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Boem en het is uit met vuurwerk

Elk jaar leidt consumentenvuurwerk tot veel discussie vanwege de schade, verwondingen en overlast die het veroorzaakt. Nu er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een landelijk vuurwerkverbod is, lijken de regels te gaan veranderen. Voorstanders benadrukken de veiligheid en duidelijkheid die een verbod biedt, terwijl tegenstanders vrezen voor illegale handel en het verlies van een geliefde traditie. Kies een artikel over de redenen voor een vuurwerkverbod. Leerdoel   Je kunt argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod bespreken. Woordenschat handhaven, roependen in de woestijn, federatie, portefeuillehouder, maatschappelijke prijs, democratie, vrijheid van meningsuiting. Opdracht 1. Vat de argumenten voor en tegen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welke argumenten er mogelijk nog meer zijn.  3. Schrijf kort je eigen standpunt op. Beargumenteer met goede argumenten voor je standpunt en en ga in op de argumentatie van andere standpunten.