Doorgaan naar hoofdcontent

De zeearend is terug


Langzaamaan neemt het aantal zeearenden weer toe. Tegen de verwachting in, want de diversiteit in de natuur wordt minder en de verstedelijking neemt toe. Wat maakt dat de zeearend toch is begonnen terug te keren in ons land?

Bron

Woordenschat
de stek - intrigeren - de wederopstanding - ironisch - het ringproject - monotone - voor de wind gaan - de teloorgang - de biodiversiteit - een speling van het lot - de waterbuffer - de uiterwaarden 

Leerdoel
Ik kan de oorzaken voor de terugkeer van de zeearend beschrijven.

Opdracht 1 - Infographic
Het artikel beschrijft de gebeurtenissen die hebben geleid tot de terugkeer van de zeearend in Nederland. Laat de verschillende factoren die van invloed zijn in een infographic zien. Kies eerst welke belangrijke begrippen uit de tekst je opneemt in de infographic. Vertel daarna in tekeningen (iconen) bij deze begrippen hoe de zeearend weer kon terugkeren in ons land. Gebruik een beperkte hoeveelheid tekst zoals gebruikelijk in een infographic.

Opdracht 2 - Cartoon
Vertel het verhaal van de in Nederland terugkerende zeearend met een humoristische twist. Bedenk een scène waarin de zeearend de hoofdrol speelt. Zorg dat de scène goed laat zien welke factoren zorgden voor zijn terugkeer in ons land. Bedenk een grappige quote van de zeearend of iemand anders die meespeelt in de scène.

Opdracht 3 - Vlog
Maak een korte vlog (1 á 2 minuten) waarin je met beelden vertelt hoe de zeearend kon terugkeren. Geef de zeearend een stem en laat hem of haar als voice-over de beelden van commentaar voorzien.




Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...