Doorgaan naar hoofdcontent

Studenten: goedkope krachten


Moet een stage voor niets gebeuren? Krijgt de stagiair niet uitbetaald in nieuwe kennis en vaardigheden? Of is dat een achterhaald argument en is een vergoeding altijd op zijn plaats? De discussie steekt regelmatig op. Wat vind jij?

Bron
AD 
‘Kwart van de studenten voelt zich tijdens stage financieel uitgebuit’

Woordenschat
bekaaid - minimumloon - arbeidsmarkt - laagdrempelig

Leerdoel
Ik kan belangrijke argumenten bespreken met betrekking tot het onderwerp[

Opdracht 1 - Stille discussie

Kies een discussievraag uit de video of de tekst. Neem een groot vel en discussieer in stilte met 2-3 klasgenoten. Je schrijft je reacties op elkaar, voorzien van goede argumenten, op het vel. Wanneer de docent aangeeft dat de tijd om is, maak je samen met je discussiegroep een helder overzicht van opvattingen en argumenten die op het vel zijn genoteerd.

Opdracht 2 - Betoog
Schrijf een kort betoog over de discussie in de video en het artikel. Maak gebruik van argumenten in beide bronnen. Vul ze waar nodig aan. Bouw het betoog als volgt op: inleiding over het onderwerp en het poneren van jouw mening - onderbouwen met argumenten - bespreken van argumenten van tegenstanders - een krachtig slot(argument).

Opdracht 3 - Het beste argument is...
Bespreek met 2-3 klasgenoten gedurende tien minuten de argumenten in de video en de tekst en mogelijke andere argumenten. Denk zowel aan voor- als tegenstanders van een stagevergoeding. Kies na afloop van de tien minuten binnen een halve minuut wat volgens jullie het beste argument (voor danwel tegen) is en laat een van jullie het toelichten aan de klas.


Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...