Doorgaan naar hoofdcontent

Natuurlijk roddel je!

Roddelen is niet per definitie negatief, stelt onderzoeker Bianca Beersma. Het kan ook een belangrijke sociale functie vervullen. Haar onderzoek laat zien wanneer roddels samenwerking versterken en wanneer ze juist schadelijk zijn. 

Leerdoel 
Je kunt uitleggen wat roddelen is, welke functies het heeft binnen groepen en organisaties, en hoe je kritisch kunt omgaan met roddels die je hoort.

Woordenschat 
kwaadaardig, de kantjes ervan af lopen, reputatie, organisatiewetenschapper, casus, proefpersonen, wespennest, volksmond, evaluatieve, component, subtiel, ontvanger, zender, nuances, exercitie, ventileren, gerekruteerd, manipuleerden, coöperatief, ophemelen, konkelen, sociale cohesie, eenheidsworst, deceptie

Vragen over de tekst
1. Wat verstaat Bianca Beersma onder roddelen volgens haar brede definitie?
2. Welke gevolgen kan het hebben als iemand hoort dat er over hem of haar wordt geroddeld?
3. Waarom noemt Beersma roddelen een vorm van ‘sociale lijm’?
4. Welke rol speelt roddelen volgens de tekst binnen organisaties en teams?
5. Wat laat het dobbelsteenexperiment zien over de invloed van roddels op eerlijk gedrag?
6. Waarom zijn mensen volgens het onderzoek geneigd om roddels te geloven?
7. In welke situaties zijn roddelaars eerder geneigd om te liegen?
8. Waarom kan een positieve roddel soms schadelijker zijn dan een negatieve roddel?
9. Welke zorgen noemt Beersma over roddelen in relatie tot diversiteit binnen organisaties?
10. Wat bedoelt Beersma als ze zegt dat iedereen een ‘kritische consument’ van roddels kan worden?


afbeelding: Freepik

Populaire posts van deze blog

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Zorgelijke Duitse cijfers over discriminatie en racisme

Woordenschat: sentimenten (alinea 3) bagatellisering (bagatelliseren) (alinea 3) specifieke (alinea 4) potentiële (alinea 5) peilingen (alinea 5) Lees het artikel Duitsland: haat tegen moslims, Roma en homo´s groeit BK 1. Hoe is het onderzoek gedaan volgens alinea 1? 2. Waarom zijn de uitkomsten volgens alinea 2 opvallend? 3. Waarom komt de politieke partij AfD ter sprake (alinea 5)? 4. Wat vinden de onderzoekers zorgelijk (alinea 6)? 5. Wat hebben brandstichtingen te maken met de laatste alinea? GT 1. Over welke twee onderwerpen gaat alinea 2? (1) ... (2) ... 2. Verklaar het kopje Vluchtelingen. 3. Waarover ging het onderzoek oorspronkelijk (vanaf 2002) volgens alinea 3? 4. Welke voorbeelden van racisme, antisemitisme en nazisme noemt alinea 3? 5. Welke twee groepen noemt de laatste alinea? (1) ... (2) ... HV 1. Welke twee grote toenames ziet het onderzoek volgens alinea 2? 2. Wat is de reden voor het onderzoek (alinea 3)?...