Doorgaan naar hoofdcontent

1 februari 1953: de Watersnoodramp


Op 1 februari 1953 overstroomde Zeeland grotendeels en de aangrenzende delen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. 1836 mensen kwamen om het leven (bron: Zeeuwsarchief.nl). Enorme aantallen mensen werden dakloos. De schade was gigantisch en met een nieuwe zeewering werd gezorgd dat het water buiten bewoond gebied bleef. In de tekst lees je over de kans dat ons land nog eens voor een deel overstroomt.

Bron
RTL Nieuws 
Nederlanders denken dat we over 100 jaar onder water staan: hoe reëel is dat?

Woordenschat
de wisselwerking - verwaarloosbaar klein - het worstcasescenario - de voeten droog houden - adaptief - het hoofd boven water houden - onverhoopt - het waterschap - hoogwater - gehandhaafd - geologisch - de energie-transitie - de CO2-emissie - globale

Opdracht 1 - Voorspellingen, aanbevelingen
In de tekst worden uitspraken over de toekomst gedaan en worden aanbevelingen gedaan. Maak twee kolommen en noteer hierin die voorspellingen en aanbevelingen.

Opdracht 2 - Mindmap
Lees de tekst goed door. Markeer de belangrijkste zaken in de tekst en bepaal wat de deelonderwerpen zijn. Bespreek die samenvatting met 1 á 2 klasgenoten en maak een (digitale) mindmap over de kern van de tekst.

Opdracht 3 - Quiz
Lees de tekst goed door en markeer de belangrijkste zaken. Bespreek de kern van de tekst met 1 á 2 klasgenoten en maak over de belangrijkste zaken een online quiz. Wissel de quiz uit met een andere groep en speel de quiz van de andere groep.




Populaire posts van deze blog

Geld voor het oprapen

In Amsterdam worden prullenbakken vaak opengebroken door mensen die statiegeldflesjes en -blikjes verzamelen. Dit zorgt voor veel zwerfafval en overlast in de stad. In deze tekst worden verschillende oplossingen besproken om dit probleem aan te pakken. Het Parool |  Lezers over opengebroken prullenbakken in Amsterdam: ‘In Berlijn en Kopenhagen is deze oplossing al heel normaal’ Leerdoel   Je kunt verschillende oplossingen noemen voor het probleem van opengebroken prullenbakken in Amsterdam. Woordenschat grootwinkelbedrijven, exploiteren, initiatief, memo Opdrachten 1. Vat de oplossingen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welk van deze oplossingen naar jullie verwachting het beste zal werken. Beargumenteer waarom je dat denkt. 3. Bespreek met anderen of er nog andere oplossingen zijn. 

Werkvorm op vrijdag: stiftgedicht

Een stiftgedicht is een creatieve manier om een gedicht te maken door woorden of zinnen uit een tekst te selecteren en de rest te ‘stiften’ (door te doorstrepen of met een kleur weg te vlakken). Hieronder vind je een stap-voor-stap uitleg over hoe je een stiftgedicht kunt maken. 1. Kies een tekst: Dit kan een krantenartikel, boek, tijdschrift, of zelfs een ander gedicht zijn. Het maakt niet uit wat voor soort tekst, zolang het maar voldoende woorden en zinnen bevat die je kunt gebruiken. 2. Lees de tekst door: Kijk of er woorden of zinnen in de tekst staan die je aanspreken of die een bepaalde emotie of beeld oproepen. Je hoeft niet elke zin te gebruiken, alleen de woorden die je interessant vindt. 3. Markeer de woorden: Terwijl je door de tekst leest, markeer je de woorden of zinnen die je wilt gebruiken. Dit kunnen woorden zijn die een gedicht laten ontstaan, of woorden die een interessante betekenis samenvoegen. 4. Stift de rest van de tekst: Gebruik een stift om de re...

Boem en het is uit met vuurwerk

Elk jaar leidt consumentenvuurwerk tot veel discussie vanwege de schade, verwondingen en overlast die het veroorzaakt. Nu er een meerderheid in de Tweede Kamer voor een landelijk vuurwerkverbod is, lijken de regels te gaan veranderen. Voorstanders benadrukken de veiligheid en duidelijkheid die een verbod biedt, terwijl tegenstanders vrezen voor illegale handel en het verlies van een geliefde traditie. Kies een artikel over de redenen voor een vuurwerkverbod. Leerdoel   Je kunt argumenten voor en tegen een vuurwerkverbod bespreken. Woordenschat handhaven, roependen in de woestijn, federatie, portefeuillehouder, maatschappelijke prijs, democratie, vrijheid van meningsuiting. Opdracht 1. Vat de argumenten voor en tegen in de tekst samen. 2. Bespreek met anderen welke argumenten er mogelijk nog meer zijn.  3. Schrijf kort je eigen standpunt op. Beargumenteer met goede argumenten voor je standpunt en en ga in op de argumentatie van andere standpunten.